Rapporteur: Behoud mensenhandelbepaling waarvoor ze bedoeld is

Rapporteur: Behoud mensenhandelbepaling waarvoor ze bedoeld is

In het septembernummer van Delikt en Delinkwent, een vaktijdschrift voor strafjuristen, publiceert de Nationaal Rapporteur een artikel over de strafbaarstelling van mensenhandel. In het artikel pleit de rapporteur voor een restrictieve uitleg van artikel 273f lid 1 sub 4 Sr, dat één van de kerngedragingen uit de mensenhandelbepaling omvat.

Om te achterhalen welke gedragingen de wet precies strafbaar stelt, interpreteren rechters de strafwet. Daartoe gebruiken zij verschillende methoden. Eén daarvan is de grammaticale interpretatiemethode, die de tekst van de wet centraal stelt. De wetsbepaling waarover het artikel in Delikt en Delinkwent gaat – artikel 273f lid 1 sub 4 Sr - is heel ruim geformuleerd. De tekst laat dan ook ruimte om veel en uiteenlopende gedragingen als mensenhandel aan te merken. Sommige rechters doen dat ook. Zo zijn recentelijk veroordelingen voor mensenhandel gevolgd voor personen die door middel van een misleidende babbeltruc personen hadden bewogen tot het afsluiten van telefoonabonnementen. Andere rechters gaan terughoudender met het wetsartikel om; zij kijken meer naar de fundamentele mensenrechten die het artikel beoogt te beschermen en komen daardoor minder snel tot een veroordeling voor mensenhandel. Het aangehaalde voorbeeld van de telefoonabonnementenzaak zou in deze benadering minder snel tot een veroordeling voor mensenhandel kunnen leiden.

Onwenselijke discrepantie

De verschillen tussen deze uitkomsten zijn onwenselijk, zo constateert de rapporteur. In het artikel gaat zij op zoek naar de vraag op welke manier het wetsartikel – gelet op de achtergrond ervan – het beste kan worden uitgelegd. Zij komt tot de conclusie dat een terughoudende interpretatie het beste past bij de aard van het delict mensenhandel. Mensenhandel vormt immers een ernstige inbreuk op fundamentele mensenrechten en er staan hoge gevangenisstraffen op. Een restrictieve uitleg voorkomt bovendien dat een verschil ontstaat tussen gedrag dat als mensenhandel wordt bewezen (en waarvoor mensenhandelaren worden veroordeeld) en de beleving of perceptie van wat mensenhandel is in de maatschappij.

Strafrecht onmisbaar bij aanpak mensenhandel

De mensenhandelbepaling in het Wetboek van Strafrecht is essentieel om mensenhandelaren aan te pakken. De wijze waarop officieren van justitie en rechters omgaan met het artikel is van groot belang en is dan ook een belangrijk onderzoeksterrein voor de Nationaal Rapporteur. Dat de rapporteur nu pleit voor een restrictieve uitleg van één van de gedragingen in het mensenhandelartikel wil niet zeggen dat de strafrechtelijke aanpak van minder groot belang is. “De boodschap van het artikel is: behoud het wetsartikel voor die gedragingen waarvoor zij geschreven is”, licht Corinne Dettmeijer, de rapporteur, toe. Bijna tien jaar geleden, op 1 januari 2005, werd de strafbaarstelling van mensenhandel uitgebreid tot vormen van uitbuiting buiten de seksindustrie. Sindsdien is in de rechtspraak gezocht naar de reikwijdte van het mensenhandelbegrip onder sub 4. “Het is tijd de balans op te maken en met een kritische blik te bezien welke gedragingen wel en niet onder het artikel zouden moeten vallen.”