Terugblik symposium Op goede grond

Terugblik symposium Op goede grond

Op woensdag 28 mei organiseerde de Nationaal Rapporteur het symposium ‘Op goede grond’, dat in het teken stond van het gelijknamige rapport over de aanpak van seksueel geweld tegen kinderen in Nederland. Ruim driehonderd genodigden woonden het symposium bij in het karakteristieke theater De Nieuwe Regentes in Den Haag. Het gemêleerde publiek bestond onder meer uit medewerkers van Advies- en Meldpunten Kindermishandeling, jeugdzorginstellingen, GGD, onderwijs, politie, reclassering, het Openbaar Ministerie, de rechtspraak, onderzoekers, beleidsmakers en politici. Wie zijn blik over de goedgevulde zaal liet gaan kon zien hoeveel verschillende vrijwilligers, professionals en organisaties betrokken zijn bij de aanpak van seksueel geweld.

Na de presentatie van het rapport door Corinne Dettmeijer en een vraag- en antwoordronde met het werkveld in de zaal lieten diverse experts uit verschillende disciplines hun (kritische) licht schijnen over de conclusies uit het rapport.

De als kind misbruikte Lauren Book vertelde over de manier waarop zij zich met haar stichting Lauren's Kids inzet om seksueel misbruik te voorkomen en slachtoffers te helpen.

Promovenda en onderzoeken Pinar Okur (Intervict) ging in op disclosure en hulpzoekgedrag van slachtoffers, in het bijzonder dat van jongen met een niet-westerse etnische achtergrond ten opzichte van jongen met een Nederlandse achtergrond. Over de aard en omvang van seksueel misbruik onder niet-westerse kinderen en jongeren is relatief weinig bekend.

Bijzonder hoogleraar Lenneke Alink (Universiteit Leiden en Vrije Universiteit Amsterdam) belichtte het signaleren en melden van seksueel geweld. Alink ging onder meer in op prevalentiestudies die op basis van informantengegevens en zelfrapportage worden uitgevoerd, en de verschillen die daartussen kunnen bestaan. Ook ging zij in op de gevolgen van kindermishandeling en seksueel misbruik op de ontwikkeling van het brein van slachtoffers.

Janet ten Hoope, landelijk portefeuillehouder huiselijk geweld, kindermishandeling en zeden bij het Openbaar Ministerie (OM), besprak de opsporing en vervolging in zedenzaken. Zedenzaken zijn vaak complex; binnen de politie en het OM vormen zaken van seksueel misbruik dan ook een specialisme. Het strafrecht richt zich op de dader en staat voor het slachtoffer: het streeft daarmee naar waarheidsvinding én slachtoffergerichtheid. In de behandeling en afdoening van zedenzaken heeft het slachtoffer nu een centrale plaats - de tijd dat strafzaken alleen draaiden om de verdachte ligt al enige tijd achter ons.

Tenslotte ging onderzoeker Wineke Smid (Van der Hoeven Kliniek) nader in op risicotaxatie en de behandeling van daders. Het doel van risicotaxatie is het voorkomen van recidive door middel van behandeling van plegers, om zo het aantal slachtoffers te verminderen. De behandeling die de pleger krijgt, moet gebaseerd zijn op het recidiverisico van de pleger. Risicotaxatie-instrumenten die dat kunnen vaststellen worden echter nog niet, of niet goed genoeg, gebruikt. Als gevolg daarvan vindt zowel onder- als overbehandeling van daders plaats, en dat brengt risico's met zich mee.

Deelnemers aan het symposium konden voor het eerst de indrukwekkende fototentoonstelling 'Project Unbreakable' van Stichting Revief bezoeken, die in samenwerking met de Nationaal Rapporteur tot stand kwam. Op de foto's zijn slachtoffers van seksueel misbruik geportretteerd met in hun handen een bord met daarop een citaat van hun misbruiker.