Slachtoffers kindermishandeling en seksueel misbruik beter herkennen, melden en helpen

Slachtoffers kindermishandeling en seksueel misbruik beter herkennen, melden en helpen

De Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik roept op een meldplicht voor vermoedens van kindermishandeling in te voeren voor professionals. De Nationaal Rapporteur beaamt dat slachtoffers beter moeten worden herkend zodat zij en hun familieleden eerder de hulp krijgen die zij nodig hebben. Volgens de rapporteur helpt een meldplicht daarbij niet, maar is het juist belangrijk dat het advies- en meldpunt Veilig Thuis voor iedereen makkelijk toegankelijk is, op basis van goede informatie de juiste beslissing kan nemen, en tegelijkertijd signalen van kindermishandeling zoveel mogelijk aan elkaar kan koppelen. De Nationaal Rapporteur stelt dat een meldplicht de mogelijke dilemma’s voor een professional om in actie te komen bij vermoedens van kindermishandeling of seksueel misbruik niet wegneemt.

“Veilig Thuis moet mensen met gerede vermoedens van kindermishandeling stimuleren om een melding te doen, zodat er onderzoek kan plaatsvinden en actie kan worden ondernomen. En als Veilig Thuis besluit niet direct gevolg te geven aan zo’n melding, zou het de informatie uit die melding niet moeten vernietigen door deze om te zetten in een advies, maar moeten bewaren,” aldus Nationaal Rapporteur Corinne Dettmeijer in vervolg op haar eerdere brief over het verbeteren van registratie van Veilig Thuis aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Ze onderstreept hoe belangrijk het is dat (toekomstige) professionals goed leren werken met de sinds 2013 wettelijk vastgelegde meldcode, het 5-stappenplan dat zij moeten volgen als zij vermoedens hebben van kindermishandeling en/of huiselijk geweld.

Belang van goed geïnformeerd melden

De Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik roept de overheid op om een meldplicht toe te voegen aan deze meldcode. Hiermee zouden professionals verplicht zijn melding te maken van hun vermoedens van kindermishandeling als zij na het doorlopen van de meldcode niet kunnen uitsluiten dat er sprake is (geweest) van kindermishandeling.

De Nationaal Rapporteur onderschrijft volledig het doel dat de Taskforce hiermee wil nastreven: meer slachtoffers van kindermishandeling en seksueel misbruik in beeld krijgen, helpen, en in beeld houden. Een meldplicht neemt de wezenlijke dilemma’s die mensen kunnen ervaren bij het signaleren en melden van een situatie van kindermishandeling echter niet weg. De angst om ouders vals te beschuldigen of het vertrouwen van het kind te verliezen zal ook bij een meldplicht kunnen bestaan. Het is bovendien onzeker of een meldplicht twijfelende professionals stimuleert om te overleggen met collega’s, Veilig Thuis of andere experts en om het gesprek aan te gaan met het betreffende kind en de ouders (dus om de eerdere stappen in de meldcode te doorlopen), als de consequentie hiervan kan zijn dat zij verplicht zijn om te melden. Daarmee draagt invoering van een meldplicht niet bij aan de kwaliteit van meldingen: het zijn juist deze gesprekken die kunnen bijdragen aan de mate waarin de professional geïnformeerd en weloverwogen besluit om te melden. De Nationaal Rapporteur geeft om die reden de voorkeur aan het stimuleren en scholen van professionals in het werken met de meldcode en het stimuleren van Veilig Thuis om vermoedens van kindermishandeling en seksueel misbruik eerder te registreren als een melding, boven de invoering van een meldplicht voor professionals.

Meldcode verlaagt drempels tot melden

Het herkennen van mogelijke situaties van kindermishandeling en seksueel misbruik en het beslissen om al dan niet actie te ondernemen, gaan vaak gepaard met onzekerheid en dilemma’s. Wat is nu eigenlijk de oorzaak van het afwijkende gedrag van je leerling? Als je vermoedt dat een kind misbruikt wordt, wanneer en hoe ga je dan in gesprek met ouders? En als een cliënt jou in vertrouwen vertelt dat hij soms zijn drift niet de baas is en zijn kinderen mishandelt, kun je dan je beroepsgeheim doorbreken en melden bij het advies- en meldpunt Veilig Thuis? In haar rapport Op goede grond (2014) beschrijft de Nationaal Rapporteur hoe de aanpak van seksueel geweld tegen kinderen bestaat uit een aaneenschakeling van dit soort moeilijke en vaak ingrijpende beslissingen.

Het is daarom belangrijk dat deze beslissingen zo geïnformeerd mogelijk worden genomen en goed worden afgewogen. Het stappenplan van de meldcode biedt professionals een leidraad om bij vermoedens van kindermishandeling met dit soort onzekerheden en dilemma’s om te gaan, te rade te gaan bij collega’s, deskundige hulp in te roepen en in gesprek te gaan met de direct betrokkenen. De meldcode is er op gericht om meer informatie te verzamelen en de onzekerheid bij het beslissen te verkleinen, en kan zo bijdragen aan een verhoogde kwaliteit van meldingen. De Nationaal Rapporteur vindt het daarom essentieel dat zoveel mogelijk professionals worden getraind in het werken met de sinds 2013 wettelijk vastgelegde meldcode. Hierbij is het van belang dat alle relevante beroepsgroepen inzetten op structurele scholing van (toekomstig) professionals in het herkennen van kindermishandeling, seksueel misbruik en mensenhandel, in het gebruik van de meldcode en in de mogelijkheden tot het delen van informatie. De rapporteur verwacht dat het ontwikkelen van kennis van professionals op deze gebieden, evenals het grondig evalueren van het gebruik van de meldcode, effectiever zal zijn dan het nu invoeren van een meldplicht bovenop de bestaande meldcode.

Beter signaleren: meer meldingen koppelen

Bij vermoedens van kindermishandeling kan iedereen bij Veilig Thuis terecht voor advies of voor het doen van een melding. Bij adviesvragen mag Veilig Thuis de naam van het kind/gezin niet registreren. Dit is zinvol en moet zo blijven; het niet hoeven delen van deze naam kan het voor mensen (zowel burgers als professionals) makkelijker maken om contact op te nemen met Veilig Thuis. De Nationaal Rapporteur neemt hiermee ook afstand van het idee van de Taskforce om burgers die advies vragen aan Veilig Thuis, te verplichten deze naam met Veilig Thuis te delen.

Pas als Veilig Thuis het contact aanneemt als een melding, kan deze de naam van het kind of gezin registreren en is het kind of gezin bij Veilig Thuis bekend. Om het signaleren van kindermishandeling en seksueel misbruik te stimuleren pleit de Nationaal Rapporteur er voor dat Veilig Thuis mensen met serieuze vermoedens van mishandeling stimuleert om een melding te doen, en dat deze meldingen vervolgens geregistreerd blijven als een melding. Door eenmaal aangenomen (en dus serieus genomen) meldingen achteraf niet meer te kunnen omzetten tot adviezen, zal Veilig Thuis vaker meldingen over hetzelfde kind of gezin met elkaar in verband kunnen brengen. Dit verbetert de informatiepositie van Veilig Thuis en daarmee stijgt de kans dat Veilig Thuis vermoedelijke misbruiksituaties onderzoekt en hulp inschakelt. Hiermee blijft de laagdrempelige adviesfunctie van Veilig Thuis intact en blijft Veilig Thuis zicht houden op de kinderen en gezinnen waarover meldingen zijn binnengekomen.

Nationaal Rapporteur waarnemer Taskforce

De Nationaal Rapporteur is als onafhankelijk waarnemer verbonden aan de Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik. In deze hoedanigheid heeft zij haar standpunt over het beter herkennen, melden en helpen van slachtoffers van mishandeling en misbruik in een eerder stadium en in goed overleg met de leden van de Taskforce gedeeld.