Internationaal onderzoek naar slachtoffers kinderpornografie

Internationaal onderzoek naar slachtoffers kinderpornografie

De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, het Canadian Centre for Child Protection en andere partners kondigen vandaag een nieuw internationaal onderzoek naar slachtoffers van kinderpornografie aan. Het onderzoek moet meer inzicht verschaffen in de hulpbehoeften van slachtoffers van deze ernstige vorm van seksueel geweld. Daar is nog zeer weinig over bekend. Daarnaast verschijnt vandaag een analyse van ruim 43.000 foto’s en video’s van seksueel misbruik.

Hoewel relatief veel bekend is over de gevolgen van seksueel misbruik voor slachtoffers, is over de gevolgen van kinderpornografie nog maar weinig bekend. Wanneer seksueel misbruik op beeld wordt vastgelegd en online wordt verspreid, voegt dat een extra dimensie toe aan het trauma van slachtoffers van seksueel misbruik. “Afbeeldingen van het misbruik blijven voortbestaan, wat betekent dat je als slachtoffer het misbruik niet kunt afsluiten” legt Nationaal Rapporteur Corinne Dettmeijer uit. “Ook moeten slachtoffers leven met de wetenschap dat veel mensen getuige van hun misbruik worden, en daar zelfs plezier aan beleven.” Om de gevolgen daarvan beter te begrijpen, start het Canadian Centre een survey onder inmiddels volwassen slachtoffers van wie het misbruik is opgenomen en online verspreid. Een werkgroep van Canadese, Amerikaanse, Nederlandse en Duitse experts op het gebied van seksueel misbruik en kinderpornografie, onder wie de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, begeleidt dit project. De werkgroep zal op basis van de uitkomsten van het onderzoek helpen bepalen welke best practices breder moeten worden gedeeld en welke eventuele veranderingen in beleid, wetgeving en hulpverlening nodig zijn om slachtoffers beter te kunnen helpen.

Onderzoek onder slachtoffers

De Nationaal Rapporteur, het Canadian Centre en hun partners van de Child Sexual Abuse Imagery Working Group moedigen slachtoffers wereldwijd aan om deel te nemen aan het onderzoek. In de vragenlijst, die vanaf vandaag ingevuld kan worden, is onder meer aandacht voor de aard van het misbruik, de relatie tussen slachtoffer en dader, en de manier en het moment waarop het misbruik aan het licht kwam. Ook gaan de vragen in op de psychische, lichamelijke en sociale gevolgen die het misbruik, de verspreiding van de beelden, en de eventuele rechtsgang daarna, hebben gehad. De onderzoekers hopen veel te leren over hulpverlening en behandelingen die voor het slachtoffer effectief zijn gebleken. Er is veel aandacht voor de stem van slachtoffers: wat willen zij zélf dat hulpverleners, politiemensen, jeugdwerkers, advocaten, artsen, beleidsmakers weten over wat het slachtofferschap met hen heeft gedaan?

Slachtoffer blijft altijd slachtoffer

De Nederlandse politie onderschrijft het belang van dit onderzoek naar de behoeften van slachtoffers van kinderpornografie. Peter Reijnders van het Landelijk Programma Zeden, Kinderporno en Kindersekstoerisme: “Onze inzet is vooral gericht op het identificeren van slachtoffers en het vervolgen van daders en producenten. Ook wij zien dat steeds jongere kinderen misbruikt worden. De emotionele schade die ontstaat door het misbruik op beeld vast te leggen en wereldwijd te verspreiden maakt dat een slachtoffer ook altijd slachtoffer blijft.”

Niet slechts plaatjes

Ook Arda Gerkens, directeur van Meldpunt Kinderporno op Internet reageert positief: “Dit is een onderzoek van groot belang. De effecten op een kind van het herhaaldelijk geconfronteerd worden met beelden van het seksueel misbruik en de wetenschap dat deze nooit zullen verdwijnen, zijn nog te onbekend. Hierdoor denken veel mensen nog steeds dat afbeeldingen van seksueel misbruik “slechts plaatjes” zijn. Dat zijn ze niet. Het internet heeft gezorgd voor een enorme toename van het materiaal. Achter al dit materiaal zitten kinderen die de meest verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt. Telkens als iemand de beelden bekijkt, wordt het kind opnieuw slachtoffer, ook wanneer het al volwassen geworden is.”

Het meldpunt ontving in 2014 28.960 meldingen waarvan 62% onmiskenbaar strafbaar materiaal was. Dat was een stijging van circa 25% ten opzichte van 2013.

Ruim 43.000 afbeeldingen en video’s onderzocht

Tegelijkertijd met de aankondiging van het slachtofferonderzoek publiceert de Canadese partner de resultaten van een onderzoek naar kinderpornografie. Het Canadian Centre for Child Protection analyseerde ruim 43.000 afbeeldingen en video’s van seksueel misbruik van kinderen en deelt daarvan vandaag de resultaten in het rapport Child Sexual Abuse Images on the Internet: A Cybertip.ca Analysis.

  • Op 79% van de foto’s en video’s lijken jonge, pre-puberale kinderen van onder de 12 jaar te zien, waarvan de meerderheid (64%) jonger lijkt dan 8 jaar oud
  • 80% van de kinderen zijn meisjes
  • Hoe jonger het kind op de afbeelding, hoe ernstiger het misbruik
  • 69% van de afbeeldingen zijn gemaakt in een huiselijke setting
  • 83% van de volwassenen die zichtbaar zijn, zijn mannen