Nationaal Rapporteur benieuwd naar versterking Veilig Thuis en meldcode

Nationaal Rapporteur benieuwd naar versterking Veilig Thuis en meldcode

De VNG gaat met jeugdzorgbestuurder Jan-Dirk Sprokkereef aan de slag om de Veilig Thuis-organisaties te versterken. Daarbij zal de VNG ook richting geven aan aanscherping van de meldcode, het stappenplan voor professionals om te handelen bij vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit laten de staatssecretaris van VWS en de VNG weten, mede naar aanleiding van een advies van Augeo ter verbetering van Veilig Thuis en de meldcode. In lijn met haar eerdere advies ondersteunt de Nationaal Rapporteur het advies van Augeo op belangrijke punten.

Werkwijze Veilig Thuis

De Nationaal Rapporteur is benieuwd naar het verdere plan tot doorontwikkeling van Veilig Thuis, en de wijze waarop de VNG, evenals VWS en VenJ, invulling zullen geven aan haar aanbevelingen met betrekking tot verbetering van de registratie, het model handelingsprotocol en de beleidsinformatie van Veilig Thuis en Jeugd. In haar brief aan de staatssecretaris van VWS van 11 september 2015 deed zij daartoe vijf aanbevelingen. De Nationaal Rapporteur acht het daarnaast van belang dat de laagdrempelige adviesfunctie van Veilig Thuis voor zowel burgers als professionals blijft bestaan. Adviezen van burgers moeten niet automatisch als melding worden behandeld. Mochten de tijdens het adviesgesprek besproken signalen wijzen op vermoedens van een onveilige situatie, dan is het wel goed dat Veilig Thuis adviesvragers stimuleert te melden.

Om de informatiepositie van Veilig Thuis te verstevigen is het goed dat het Rijk ernaar wil streven dat Veilig Thuis eenmaal aangenomen meldingen achteraf niet meer omzet tot advies, zoals is aanbevolen door de Nationaal Rapporteur. Vanwege diezelfde informatiepositie én het behoud van de laagdrempelige adviesfunctie staat de Nationaal Rapporteur in principe positief tegenover de mogelijkheid om tijdens adviesgesprekken waarin de adviesvrager de naam van het kind/gezin wil noemen, na te gaan of deze in het registratiesysteem van Veilig Thuis voorkomt zonder deze te registreren (zie ook het advies van Augeo van 1 februari 2016).

Verdere implementatie meldcode

De Nationaal Rapporteur betwijfelt in lijn met haar eerdere advies van 22 september 2015 het effect van het toevoegen van een meld- of registratieplicht aan stap 5 van de wettelijke meldcode. Het neemt dilemma’s voor professionals niet weg, het risico bestaat dat het vertrouwensrelaties met cliënten in de weg staat en dat een toename ontstaat van minder gefundeerde meldingen. Bovendien lijkt het draagvlak te ontbreken bij relevante beroepsgroepen.

Investeren in implementatie van de huidige meldcode en investeren in werkwijze, onderzoekscapaciteit en goede registratie bij Veilig Thuis blijft volgens de Nationaal Rapporteur de meest heilzame weg. Het toevoegen van meldcriteria voor hoog-risicosituaties aan de meldcodes voor de beroepsgroepen (zie het Augeo-advies van 1 februari 2016) kan echter een effectief compromis vormen. Een dergelijke voorwaardelijke meld- of registratieplicht biedt meer kans op draagvlak onder professionals en de beslissing van de professional om naast het zelf organiseren van hulp in dergelijke gevallen eveneens te melden/registreren bij Veilig Thuis wordt dan op betere grond genomen. Voorwaarde is wel dat de lijst van hoog-risicosituaties overzichtelijk blijft en deze het beslisproces van professionals niet te complex maakt.

Voor een succesvolle implementatie van de meldcode is het belangrijk dat de meldcode inclusief kindcheck effectief wordt toegepast in alle beroepsgroepen die ermee werken. Het combinatiepakket bestaande uit screening, scholing en inspectietoezicht (motie Kooiman en Bergkamp) dient dan ook voor alle sectoren waarvoor de wettelijke meldcode geldt, ingevoerd te worden: gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en justitie.