Oproep aan slachtoffers kinderpornografie om mee te doen aan onderzoek

Oproep aan slachtoffers kinderpornografie om mee te doen aan onderzoek

De Nationaal Rapporteur moedigt slachtoffers die in hun jeugd zijn misbruikt aan om deel te nemen aan een internationaal onderzoek. Het onderzoek moet meer inzicht verschaffen in de hulpbehoeften van slachtoffers van deze ernstige vorm van seksueel geweld. Nationaal Rapporteur Corinne Dettmeijer: ‘Om slachtoffers goed te kunnen helpen is het belangrijk om van hen te horen wat hun hulpbehoefte is.'

Er is relatief veel bekend over de gevolgen voor slachtoffers van seksueel misbruik. Wanneer er echter opnames zijn gemaakt van het misbruik kan dit een extra dimensie toevoegen aan het slachtofferschap. ’De beelden van het misbruik blijven immers beschikbaar en kunnen door meerdere daders worden bekeken. De wetenschap dat anderen naar beelden van jouw misbruik kijken en hier opgewonden van raken zorgt ervoor dat slachtoffers het misbruik moeilijk kunnen afsluiten. De blijvende beschikbaarheid van het beeldmateriaal zorgt er voor dat het misbruik oneindig lang door kan gaan,' aldus de rapporteur. Dit werd heel treffend verwoord door een slachtoffer uit de Verenigde Staten. Zij zei: ‘Ik werd misbruikt door mijn vader, en dat was erg, maar hem kende ik. Nu kijken heel veel mensen naar de beelden van mijn misbruik en hen ken ik niet. Dat maakt het nog beangstigender. Ik ben daardoor de controle over mijn leven kwijt.'

Nu ook Nederlandse vragenlijst beschikbaar

Een werkgroep van experts uit Canada, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Nederland op het gebied van seksueel misbruik en kinderpornografie, onder wie de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, begeleidt dit project.

De vragenlijst die slachtoffers gevraagd wordt in te vullen is nu ook beschikbaar in het Nederlands. De rapporteur: ‘Er is nog weinig expertise over het omgaan met trauma’s die juist het gevolg zijn van de permanentie van de misbruikbeelden op internet. De beelden gaan de hele wereld over. Kinderpornografie kent geen grenzen en daarom is het belangrijk dat dit onderzoek in meerdere landen en dus ook in Nederland wordt uitgevoerd.’

In de vragenlijst is onder meer aandacht voor de psychische, lichamelijke en sociale gevolgen die het misbruik, de verspreiding van de beelden van het misbruik, en de eventuele rechtsgang daarna, hebben gehad. Ook gaan de vragen in op de aard van het fysieke misbruik, de relatie tussen slachtoffer en dader, en de manier en het moment waarop het misbruik en het seksueel beeldmateriaal aan het licht kwam. De onderzoekers hopen veel te leren over hulpverlening en behandelingen die voor het slachtoffer effectief zijn gebleken. Er is veel aandacht voor de stem van slachtoffers: wat willen zij zélf dat hulpverleners, politiemensen, jeugdwerkers, advocaten, artsen, en beleidsmakers weten over wat het slachtofferschap met hen heeft gedaan?

Worstelen met de gevolgen van kinderpornografie

Dat slachtoffers van kinderpornografie nog lange tijd kampen met de gevolgen blijkt ook uit het verhaal van Esther, een slachtoffer van kinderpornografie: ‘Toen ik een jong meisje was van 13-15 jaar is er seksueel beeldmateriaal van mij gemaakt. Nu ik 47 ben worstel ik met mijn herinneringen uit die tijd. Het zijn ontzettend beangstigende herbelevingen en herinneringen. Ik wil zo ontzettend graag dat er voor mensen na mij iets wordt gedaan ter voorkoming van deze ellende. Ik ben dankbaar dat, hoe heftig ook, dit onderzoek er is.’

Ook hulpverleners erkennen het belang van dit onderzoek. Victor Jammers, Slachtofferhulp Nederland: ‘Onze medewerkers herkennen de enorme impact die het heeft op het slachtoffer. Het zijn niet alleen de herinneringen maar ook de schaamte voor het misbruik en voor de beelden die mogelijk nog online staan en waar anderen plezier uit halen. De resultaten van dit onderzoek geven ons hopelijk meer handvatten om onze hulp nog beter af te stemmen op deze slachtoffers.’

Met dit onderzoek komt er meer inzicht in hoe slachtoffers van kinderpornografie beter geholpen kunnen worden. Het laat zien welke best practices breder moeten worden gedeeld en welke eventuele veranderingen in beleid, wetgeving en hulpverlening nodig zijn om slachtoffers beter te kunnen helpen.

De financiële bijdragen van Fonds Slachtofferhulp, Terre des Hommes, Pro Juventute Steunstichting ’s Gravenhage en Stichting Achmea Slachtoffer en Samenleving maken het mede mogelijk dat dit onderzoek ook in Nederland uitgevoerd kan worden. Het internationale onderzoek zelf wordt uitgevoerd en geanalyseerd door het Canadian Centre for Child Protection.

Het invullen van de vragenlijst kan voor slachtoffers erg confronterend zijn. De website verbreekdestilte.nl en telefonische hulplijn (0900 9999 001) biedt slachtoffers emotionele ondersteuning en helpt hen in hun zoektocht naar de juiste hulp.

EDIT: Het onderzoek is inmiddels gesloten. Het invullen van de vragenlijst is niet meer nodig.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ellen van der Staal, medewerker van het bureau van de Nationaal Rapporteur, via e.van.der.staal@nationaalrapporteur.nl.

Let op: