Rapporteur: investeer in kennis over criminele uitbuiting

Rapporteur: investeer in kennis over criminele uitbuiting

Bredere bekendheid met de criminele uitbuiting van kinderen in Nederland is nodig om de problematiek effectief aan te kunnen pakken. Dat is één van de aanbevelingen van een onderzoek van de Universiteit Utrecht, uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC). De Nationaal Rapporteur onderschrijft het belang van kennis over deze specifieke vorm van mensenhandel. Als kinderen worden gedwongen tot het plegen van strafbare feiten worden ze automatisch dader. ‘We moeten voorkomen dat we mensenhandelslachtoffers vervolgen of straffen voor feiten die als gevolg van mensenhandel werden gepleegd’, zegt Corinne Dettmeijer.

Uit het onderzoek, dat woensdag werd gepubliceerd, blijkt dat in de strafrechtsketen nog te weinig bewustzijn bestaat over criminele uitbuiting. De onderzoekers adviseren onder meer om de scholing over criminele uitbuiting, in het bijzonder van kinderen, onderdeel uit te laten maken van trainingsprogramma’s voor politie, OM en rechtspraak. Zij zouden daardoor beter in staat zijn de problematiek effectief aan te pakken.

De Nationaal Rapporteur wees in haar rapport ‘Zicht op kwetsbaarheid’ eerder op het belang van kennis over criminele uitbuiting. Als mensen, waaronder kinderen, tot het plegen van bijvoorbeeld diefstallen of woninginbraken worden aangezet, komen zij doorgaans als verdachte de strafrechtsketen binnen. ‘Kennis over mensenhandel is nodig om ook het slachtofferschap van mensenhandel te kunnen zien. Dat is zelfs een internationale verplichting’, zegt Dettmeijer. ‘Het zogenaamde non-punishmentbeginsel draagt op oog te hebben voor het slachtoffer in de verdachte of dader, zodat de afweging kan worden gemaakt of het wenselijk is iemand te vervolgen of bestraffen.’

Naast het inzetten op kennisvermeerdering is ook de samenwerking tussen zorg en opvang een belangrijk punt in het rapport. Volgens de onderzoekers moeten de betrokken hulp- en opvanginstellingen met elkaar in overleg over het vinden van een specifiek hulpaanbod dat bij slachtoffers van criminele uitbuiting past.

Een onderzoeker van de Nationaal Rapporteur zat in de begeleidingscommissie van het onderzoek.