Woorden maken het verschil: een betere aanpak van seksueel geweld tegen kinderen door betere terminologie

Woorden maken het verschil: een betere aanpak van seksueel geweld tegen kinderen door betere terminologie

Voor een betere aanpak van seksueel geweld tegen kinderen kan het juiste woordgebruik het verschil maken. Vandaag zijn na lancering in Genève de ‘Luxembourg Guidelines’ gepubliceerd. Dit betreffen richtlijnen voor een beter gebruik van terminologie aangaande de diverse vormen van seksueel geweld tegen kinderen. De richtlijnen zijn opgesteld door een werkgroep bestaande uit achttien internationale organisaties, waaronder ECPAT, INTERPOL, UNICEF en de UN Special Representative of the Secretary General on Violence against Children.

Schadelijke terminologie

De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen benadrukt het belang van het gebruik van juiste en goed doordachte terminologie. Corinne Dettmeijer: 'Kinderen die seksueel geweld hebben meegemaakt, is enorm veel leed aangedaan. Het laatste wat je wilt is deze slachtoffers extra schade toebrengen door ongepast woordgebruik.' Toch gebeurt dit - vaak onbedoeld - regelmatig. Niet alleen door leken; ook door betrokken professionals. In het rapport 'De klant erbij' (hoofdstuk 6) dat de Nationaal Rapporteur afgelopen november uitbracht, is gekeken naar strafzaken tegen personen die verdacht worden van het hebben van seks met een 16- of 17-jarige tegen betaling. De minderjarige slachtoffers in dit soort zaken, waarvan de Valkenburgse zedenzaak waarschijnlijk de bekendste is, worden niet zelden aangeduid als ‘prostitué(e)s’ – zowel in de media als door rechters in strafvonnissen. ‘Deze term miskent ten onrechte het slachtofferschap. Alsof het kind zelf verantwoordelijk is voor het seksuele geweld dat hem of haar is aangedaan. Het is niet moeilijk om je voor te stellen dat dit voor slachtoffers extra pijnlijk is.’ Het gebruik van de term ‘child prostitute’ wordt om dezelfde reden ook in de richtlijnen afgeraden.

Consensus bevorderen

Voor termen die niet schadelijk zijn en dus wél gebruikt kunnen worden, geven de richtlijnen aan wat ze, in welke context, precies betekenen. Er bestaan nationaal en internationaal namelijk veel verschillende termen voor (vormen van) seksueel geweld tegen kinderen. Hierdoor is het moeilijk om eenduidige en vergelijkbare gegevens te verzamelen en onderzoek te doen naar de aard en omvang ervan. De richtlijnen zijn opgesteld om consensus over de terminologie te bevorderen. Dorothy Rozga, directeur van ECPAT International: ‘Even where the same terms are used, there is often disagreement concerning their actual meaning, resulting in confusion and challenges for law-makers, child protection agencies, media and civil society groups.’

Onjuiste terminologie

‘In sommige gevallen zit het gebruik van onjuiste terminologie de aanpak van seksueel geweld tegen kinderen in de weg.’ Nationaal Rapporteur Corinne Dettmeijer doelt hiermee bijvoorbeeld op het gebruik van de term ‘pedofiel’ voor plegers van seksueel geweld tegen kinderen. ‘Het is één van de meest wijdverspreide misvattingen die er over dit onderwerp bestaan. De meeste plegers zijn namelijk helemaal niet pedofiel, want de meeste plegers hebben helemaal geen stabiele seksuele voorkeur voor kinderen (zie mijn rapport 'Op goede grond', paragraaf 2.5.5). En even zo belangrijk: lang niet alle personen die wél pedofiel zijn, misbruiken daadwerkelijk kinderen. Veel pedofielen verzetten zich tegen het handelen naar hun geaardheid. Hoewel dit een opgave is die van hen vereist wordt, is het geen gemakkelijke. Om te voorkomen dat een pedofiel onverhoopt toch een pleger wordt, zou aan hem of haar alle benodigde hulp moeten worden aangereikt. Het taboe rondom de term ‘pedofilie’ belet veel pedofielen echter om naar buiten te treden, met alle risico’s van dien. In Nederland kunnen personen met pedofiele gevoelens met hun hulpvraag inmiddels gelukkig wel terecht bij de anonieme hulplijn Stop it Now!.

De Nationaal Rapporteur ondersteunt de 'Luxembourg Guidelines' en is ervan overtuigd dat deze een belangrijke bijdrage leveren aan een betere nationale en internationale aanpak van seksueel geweld tegen kinderen.