Nationaal Rapporteur blij met wet tegen kinderarbeid

Nationaal Rapporteur blij met wet tegen kinderarbeid

De Tweede Kamer stemde dinsdag in met het initiatiefwetsvoorstel ‘Wet zorgplicht kinderarbeid’. Als de wet in werking treedt, geldt voor bedrijven een plicht om te voorkomen dat zij producten verhandelen die met kinderarbeid gemaakt zijn. De Nationaal Rapporteur is blij met het wetsvoorstel. ‘Het is goed om te zien dat bedrijven op deze manier concrete maatregelen moeten nemen om kinderarbeid tegen te gaan.’

De wet zorgt ervoor dat bedrijven straks moeten verklaren dat zij ‘gepaste zorgvuldigheid’ (vaak wordt ook de Engelse term ‘due diligence’ gebruikt) betrachten om te voorkomen dat goederen of diensten die aan eindgebruikers worden geleverd met behulp van kinderarbeid tot stand zijn gekomen. Voldoet een onderneming daar niet aan, dan kan een nog aan te wijzen toezichthouder een bestuurlijke boete opleggen. Gaan bedrijven meermalen in de fout, dan levert dat een strafbaar feit op dat dus strafrechtelijk gesanctioneerd kan worden.

‘Tot dusver zijn het vooral niet bindende documenten geweest waarin verplichtingen voor bedrijven werden neergelegd’, zegt Nationaal Rapporteur Corinne Dettmeijer-Vermeulen. ‘Het is goed dat het wetsvoorstel expliciet maakt wat van bedrijven die producten naar Nederland importeren mag worden verwacht.’ Naast de verklaring schrijft het wetsvoorstel ook voor dat bedrijven voorzien in een plan van aanpak als een redelijk vermoeden van kinderarbeid bestaat. Voldoet een bedrijf daar niet aan, dan kunnen sancties worden opgelegd.

Zicht op kwetsbaarheid

In het rapport ‘Zicht op kwetsbaarheid’ uit 2016 wees de Nationaal Rapporteur op het belang van wetgeving waarin de verantwoordelijkheden van bedrijven zijn geregeld op het terrein van het voorkomen van mensenhandel. Het initiatiefwetsvoorstel, dat alleen betrekking heeft op kinderarbeid, is daar een onderdeel van, zegt Dettmeijer-Vermeulen. ‘In de toekomst hoop ik dat ook wordt overwogen de verantwoordelijkheden breder te trekken. Ik vind dat de in het wetsvoorstel geformuleerde verplichtingen ook moeten gelden voor producten die onder dwang zijn gemaakt.’

Het wetsvoorstel ligt binnenkort voor in de Eerste Kamer, die er nog mee akkoord moet gaan. De wet treedt op z’n vroegst in werking op 1 januari 2020.