Nederlandse aanpak mensenhandel blijft goed; wel ruimte voor verbetering

Nederlandse aanpak mensenhandel blijft goed; wel ruimte voor verbetering

De Nederlandse overheid ‘continued to demonstrate serious and sustained efforts’ om mensenhandel tegen te gaan. Dat is de conclusie van een omvangrijk rapport over de wereldwijde aanpak van mensenhandel, waarin alle landen aan een beoordeling worden onderworpen. Het Trafficking in Persons-rapport (TIP-rapport) wordt jaarlijks uitgebracht door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Het TIP-rapport heeft een gezaghebbende status. Jaarlijks worden alle landen daarin voorzien van een ‘ranking’, waarmee wordt uitgedrukt hoe de vlag ervoor staat voor wat betreft de vervolging van mensenhandelaren, de bescherming van slachtoffers en de maatregelen om mensenhandel te voorkomen. Nederland valt, net als in voorgaande jaren, in ‘Tier 1’, waarmee Nederland voldoet aan de minimumvereisten die volgens Amerikaanse wetgeving nodig zijn voor de aanpak van mensenhandel. ‘Een goede, maar weinig verrassende uitkomst’, zegt Nationaal Rapporteur Corinne Dettmeijer-Vermeulen. ‘Het resultaat laat zien dat Nederland beschikt over een degelijk mensenhandelbeleid, waarvan de basis stevig en duurzaam is.’

Ruimte voor verbetering

In het rapport worden ook kritische kanttekeningen geplaatst. Zo wordt Nederland aanbevolen de verblijfsregeling voor slachtoffers van mensenhandel minder afhankelijk te maken van hun medewerking aan het strafproces. Die mogelijkheid bestaat al wel; naar aanleiding van een eerdere aanbeveling van de Nationaal Rapporteur is de wet in 2010 zo aangepast dat een slachtoffer niet aan het strafproces hoeft mee te werken als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. ‘In de praktijk blijkt de regeling echter weinig te worden gebruikt’, zegt de rapporteur. ‘Meer bekendheid daarmee in de asielketen is van groot belang.’

In het rapport wordt ook gesignaleerd dat het non-punishmentbeginsel niet altijd adequaat wordt toegepast. Dat strookt met het beeld van de rapporteur, die vorige week over het beginsel een artikel publiceerde. ‘Het beginsel wordt in Nederland niet uniform uitgelegd en toegepast, waardoor rechtsongelijkheid op de loer ligt’, zegt Dettmeijer-Vermeulen. In het artikel doet zij voorstellen om tot een meer gelijke toepassing ervan te komen.

Cijfers

In het TIP-rapport wordt gebruik gemaakt van cijfermatige gegevens over mensenhandel uit verschillende bronnen, ook over het jaar 2016. De Nationaal Rapporteur betreurt het dat in het rapport cijfers staan die nog niet door haar bureau zijn geanalyseerd, en dus fouten (kunnen) bevatten. Ook worden cijfers uit een rapport van de Nationaal Rapporteur over veroordeelde zedendelinquenten gebruikt die geen verband houden met mensenhandel. ‘Hiermee wordt onnodige verwarring gezaaid’, zegt Dettmeijer-Vermeulen. ‘Bij de vergaring en interpretatie van data is zorgvuldigheid vereist. In het rapport lopen nu te veel verschillende cijfers door elkaar.’ De officiële Nederlandse cijfers over 2016 brengt de Nationaal Rapporteur op 18 oktober naar buiten, de Europese Dag tegen Mensenhandel.

De vraag naar betaalde seks

In het rapport wordt opgemerkt dat de Nederlandse overheid geen initiatieven heeft ontplooid om de vraag naar sekswerk te verminderen. Nederland heeft echter een overheidsbeleid dat uitgaat van het zelfbeschikkingsrecht van sekswerkers en het betalen voor seks is, binnen de wettelijke kaders, toegestaan. Een actief preventiebeleid zou dan ook inconsistent zijn met de uitgangspunten van het overheidsbeleid. Voorts zijn weldegelijk instrumenten aanwezig om de vraag naar ongeoorloofde vormen van betaalde seks te verminderen. Klanten die betalen voor seks met 16- of 17-jarigen worden door het OM steeds vaker vervolgd. Ook is in de Eerste Kamer een initiatiefwetsvoorstel aanhangig dat voorziet in de strafbaarstelling van klanten die weten of het ernstig vermoeden moeten hebben dat zij gebruikmaken van de diensten van een slachtoffer van mensenhandel. Het initiatief daartoe werd genomen na een aanbeveling van de Nationaal Rapporteur.

Convenanten

Ook Dettmeijer-Vermeulen is er voorstander van dat het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken blijft inzetten op het aangaan van convenanten met verschillende industriesectoren, om op die manier maatschappelijk verantwoord ondernemen in het buitenland beter vorm te kunnen geven. Tegelijk is in het rapport geen aandacht voor het Wetsvoorstel zorgplicht kinderarbeid, dat voorziet in een wettelijke plicht om een zogeheten ‘due diligence-verklaring’ af te geven. ‘Het is belangrijk dat deze wet er komt’, zegt de rapporteur. ‘In de toekomst hoop ik dat ook wordt overwogen de verantwoordelijkheden breder te trekken. Ik vind dat de in het wetsvoorstel geformuleerde verplichtingen ook moeten gelden voor producten waarmee mensenhandel gemoeid is.’

Caribisch Nederland

Een kwart van de aanbevelingen uit het TIP-rapport ziet op de situatie in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint-Eustatius en Saba). Het mandaat van de Nationaal Rapporteur strekt zich daarover niet uit, zoals ook in het rapport wordt opgemerkt. Dettmeijer-Vermeulen: ‘Het is vreemd dat we nog steeds geen onderzoek kunnen doen op de BES-eilanden. Het zou goed zijn als dat wel mogelijk wordt.’ Overigens werd juist gisteren op Bonaire een convenant getekend dat de aanpak van mensenhandel op de BES-eilanden effectiever moet maken.