Rapporteur: laat wet tegen kinderarbeid ook over mensenhandel gaan

Rapporteur: laat wet tegen kinderarbeid ook over mensenhandel gaan

De reikwijdte van het initiatiefwetsvoorstel ‘Wet zorgplicht kinderarbeid’ moet worden verbreed, zodat bedrijven straks ook verplicht zijn verantwoording af te leggen over mensenhandel. Dat heeft de Nationaal Rapporteur de Eerste Kamer afgelopen dinsdag geadviseerd tijdens een deskundigenbijeenkomst over het wetsvoorstel.

Het initiatiefwetsvoorstel legt een zogeheten ‘zorgplicht’ op aan Nederlandse bedrijven. Als het voorstel in de huidige vorm in werking treedt, moeten bedrijven verklaren dat zij ‘gepaste zorgvuldigheid’ betrachten om te voorkomen dat de goederen of diensten die aan Nederlandse eindgebruikers worden verkocht of geleverd met behulp van kinderarbeid tot stand zijn gekomen. Ook kunnen consumenten een klacht indienen over het niet naleven van de gepaste zorgvuldigheid. Is een klacht gegrond, dan wordt het bedrijf verplicht zelf een onderzoek in te stellen. Wanneer de zorgplicht niet wordt nageleefd kan een bestuurlijke boete worden opgelegd en is dit in sommige gevallen zelfs strafbaar.

Niet alleen kinderarbeid

Tijdens de deskundigenbijeenkomst benadrukte onderzoeker op het gebied van mensenhandel Luuk Esser, die de Nationaal Rapporteur vertegenwoordigde, dat het wetsvoorstel een belangrijke bijdrage kan leveren aan de naleving en handhavingsmogelijkheden van zorgplichten voor bedrijven. De toegevoegde waarde van het voorstel is volgens de rapporteur dat bedrijven wettelijk worden verplicht om onderzoek te doen naar hun productieketens. Tegelijkertijd bepleit de rapporteur een bredere reikwijdte van de wet; die zou niet alleen moeten gaan over kinderarbeid, maar ook over mensenhandel in productieketens. Het wetsvoorstel gaat immers over het belang van verantwoord ondernemen, waarbij geen gebruik gemaakt wordt van arbeid verricht in uitbuitingssituaties. Dit geldt voor zowel volwassenen als kinderen.

Wie houdt toezicht?

Veel aandacht ging tijdens de bijeenkomst uit naar de vraag welke instantie moet worden belast met het toezicht op de naleving van de zorgplicht. De Autoriteit Consument & Markt (ACM), die in een eerdere versie van het wetsvoorstel was aangewezen, voelt daar weinig voor, mede vanwege een gebrek aan bevoegdheden voor het doen van onderzoek in het buitenland. Namens de Nationaal Rapporteur gaf Esser de senatoren in overweging aan de Inspectie SZW te denken. Die inspectiedienst beschikt namelijk niet alleen over de mogelijkheid bestuurlijke boetes op te leggen, maar ook over een eigen bijzondere opsporingsdienst (Directie Opsporing). Die dienst kan van meerwaarde zijn als er onderzoek in het buitenland moet worden gedaan. Overigens kampt de Inspectie SZW nu al met een groot capaciteitstekort. Voor de uitvoering van de taken die volgen uit het wetsvoorstel zijn daarom ontegenzeggelijk extra middelen vereist. Op 31 oktober 2017 zal de Eerste Kamer het wetsvoorstel plenair behandelen.