Te weinig zicht op mensenhandel om beleidsambities uit te voeren

Te weinig zicht op mensenhandel om beleidsambities uit te voeren

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (JenV) gaat verkennen of het mogelijk is om te onderzoeken hoe vaak mensenhandelaren opnieuw de fout ingaan. Dat staat in de reactie op de Dadermonitor mensenhandel 2013-2017 van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. Nationaal Rapporteur Herman Bolhaar is blij met deze toezegging, maar ziet in de reactie tegelijkertijd nog te weinig echte beweging om de ambities die gesteld zijn in het programma Samen tegen mensenhandel te realiseren.

In de Dadermonitor mensenhandel 2013-2017 (verschenen op 2 mei 2019) is de dadergerichte aanpak van mensenhandel in Nederland in kaart gebracht. In het rapport bracht de rapporteur aan het licht dat er steeds minder verdachten voor mensenhandel vervolgd worden. Het aantal zaken van alle vormen van mensenhandel dat jaarlijks bij het Openbaar Ministerie werd ingeschreven is sterk gedaald: van 257 in 2013 tot 144 in 2017.

Bestuurlijke aanpak

Uit het rapport blijkt dat nog veel informatie over de dadergerichte aanpak van mensenhandel ontbreekt. Zo is er op dit moment niks bekend over hoe vaak bestuurlijk wordt opgetreden om mensenhandel tegen te gaan. Bolhaar: ‘Het is essentieel om bijvoorbeeld te weten wanneer signalen van arbeidsuitbuiting bij de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid niet leiden tot een strafrechtelijk onderzoek, maar wel tot bestuurlijk handhaven. In het programma dat de staatssecretaris van JenV coördineert wordt die bestuurlijke aanpak ook juist belangrijk gevonden. Dat betekent dat de staatssecretaris ook zou moeten willen weten hoe vaak bepaalde interventies worden toegepast en wat het effect hiervan is. De staatssecretaris maakt zich er te gemakkelijk vanaf door te zeggen dat dit meten nog heel moeilijk is.’

Daderprevalentie

In het rapport stelt de Nationaal Rapporteur dat er geen informatie bekend is over het aantal daders dat zich jaarlijks schuldig maakt aan mensenhandel, oftewel de daderprevalentie. Volgens rapporteur Bolhaar is dat wel nodig, omdat inzicht hierin bijdraagt aan een meer kennisgestuurde strafrechtelijke aanpak van mensenhandel. De staatssecretaris haalt in reactie op de aanbeveling een onderzoek van het WODC aan, op basis waarvan geconcludeerd wordt dat dit niet mogelijk is. Zij gaat hier echter wel graag verder over in gesprek met de Nationaal Rapporteur. Bolhaar: ‘Ik zie nog wel mogelijkheden om te komen tot een dergelijk onderzoek, dus ik ga graag in op het aanbod om verder te verkennen hoe we het totaal aantal daders in beeld kunnen brengen.’

Arbeidsuitbuiting

In de dadermonitor viel tevens op dat de aanpak van arbeidsuitbuiting en criminele uitbuiting achterbleef. De Nationaal Rapporteur beval daarom het Openbaar Ministerie (OM) aan om meer en een grotere verscheidenheid aan zaken op te pakken. In de reactie staat dat het OM en de opsporingsdiensten deze wens delen. Bolhaar: ‘De afgelopen jaren werden er jaarlijks maar 23 zaken voor de rechter gebracht, waarvan slechts de helft tot een veroordeling leidde. Of deze wens tot meer zaken leidt zal ik dan ook nauwlettend blijven volgen.’

Eenduidige straffen

In het rapport werd ook duidelijk dat de straffen die rechters opleggen voor mensenhandel zeer uiteen lopen. Het is onduidelijk welke factoren rechters meewegen in het bepalen van de straf. De rapporteur beval dan ook aan dit te onderzoeken. De staatssecretaris geeft in haar reactie aan te willen wachten op de oriëntatiepunten die de Rechtspraak wil formuleren om de rechter te helpen een vonnis te bepalen. Dat vindt Bolhaar een gemiste kans: ‘Het onderzoek dat ik heb aanbevolen kan het proces van het formuleren van oriëntatiepunten juist helpen. Het geeft de rechters een betere informatiepositie om hiertoe te komen.’