Op 7 mei organiseerde de Nationaal Rapporteur een expertmeeting over het non-punishmentbeginsel. Dit beginsel houdt in dat slachtoffers van mensenhandel die onder dwang strafbare feiten plegen, hiervoor niet worden bestraft of vervolgd. Aanwezig waren zo’n 25 experts uit onder meer de strafrechtketen, de bestuurlijke keten en de hulpverlening. Ook waren er afgevaardigden van NGO’s aanwezig en ervaringsdeskundigen die ervaring hebben met of kennis hebben over het non-punishmentbeginsel. Met elkaar wisselden zij van gedachten over de gevolgen van voorgenomen wettelijke verankering van het beginsel en de uitbreiding ervan naar het bestuursrecht.

Wettelijke verankering kan zorgen voor meer bekendheid

De experts verwachten dat een wettelijke verankering op zichzelf maar beperkte invloed zal hebben op de uitkomst van individuele strafzaken. Rechters blijven per zaak beoordelen of iemand een strafbaar feit kan worden verweten, waarbij de omstandigheden van het geval bepalend zijn. Tegelijkertijd kan de wettelijke verankering volgens de deelnemers wel een belangrijk momentum creëren. Meer bekendheid met het non-punishmentbeginsel bij rechters, officieren van justitie en opsporingsdiensten kan bijdragen aan een meer uniforme toepassing. Ook kan dit op termijn zorgen voor meer duidelijkheid in de jurisprudentie.

Uitbreiding naar bestuursrecht vraagt om duidelijkheid

De herziene EU-mensenhandelrichtlijn breidt het non-punishmentbeginsel onder andere uit naar het bestuursrecht. Daarmee kunnen ook administratieve en financiële sancties onder het beginsel komen te vallen. Hoe deze uitbreiding in Nederland in de praktijk moet worden toegepast, is volgens de experts nog onvoldoende duidelijk. Daarom is het belangrijk om helder vast te leggen welke situaties en sancties onder het beginsel vallen en hoe handhavers daarmee moeten omgaan. Praktische richtlijnen en handreikingen voor bestuursorganen en toezichthouders kunnen daarbij helpen.

Ook herstel achteraf is belangrijk

Tijdens de expertmeeting werd daarnaast gesproken over situaties waarin een persoon is veroordeeld of vervolgd terwijl (later) blijkt dat het strafbare feit onder dwang in de context van mensenhandel is gepleegd. In zo’n geval kunnen de negatieve gevolgen van het hebben van een strafblad onevenredig zwaar zijn en daarom is het belangrijk dat er een mogelijkheid voor herstel wordt gecreëerd. Daarbij kan worden gedacht aan het zuiveren van een strafblad of het terugdraaien van boetes. Een ander aandachtspunt is de aantrekkingskracht van criminele klusjes op jongeren. De mogelijkheid om relatief gemakkelijk geld te verdienen kan groot zijn, terwijl het moeilijk is om daar een realistisch alternatief tegenover te zetten. Dit onderstreept volgens de deelnemers het belang van een bredere aanpak en meer inzet op preventie van (jeugd)criminaliteit.

Aanbevelingen 

De expertmeeting leidt tot drie aanbevelingen:
 

  1. De Nationaal Rapporteur beveelt het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht aan om het non-punishmentbeginsel expliciet te benoemen in de strafrechtelijke vervolging en berechting van zaken, zodat goed gemonitord kan worden hoe het beginsel in de rechtspraktijk wordt toegepast.
     
  2. De Nationaal Rapporteur beveelt de VNG aan om in samenwerking met het lokaal bestuur en het ministerie van Justitie en Veiligheid aan de slag te gaan met het duiden van de reikwijdte en de uitwerking van het non-punishmentbeginsel in het bestuursrecht. Daarnaast beveelt de Nationaal Rapporteur de VNG aan om werkwijzen uit te wisselen met gemeenten en andere bestuursorganen om zo een uniforme toepassing van het non-punishmentbeginsel in het bestuursrecht te waarborgen.
     
  3. De Nationaal Rapporteur beveelt de minister van Justitie en Veiligheid aan de mogelijkheden te onderzoeken om een strafblad in te trekken of te corrigeren als later blijkt dat het strafbare feit als gevolg van mensenhandel onder dwang is gepleegd.
     

De uitkomsten van de expertmeeting laten zien dat wettelijke verankering en een uitbreiding naar het bestuursrecht belangrijke stappen kunnen zijn, maar dat duidelijke kaders, kennis en een uniforme toepassing nodig zijn om het non-punishmentbeginsel in de praktijk effectief te laten werken. Lees hier de publicatie naar aanleiding van de expertmeeting, en zie hier een samenvatting.