Mensenhandel komt in veel verschillende sectoren van de samenleving voor en blijft vaak verborgen. Slachtoffers durven vaak geen aangifte te doen door bedreiging of chantage, schaamte of angst. Om nieuwe slachtoffers te voorkomen, slachtoffers goed te helpen, en daders te berechten, is inzicht nodig in de kenmerken van mensenhandel en hoe vaak het voorkomt. Die inzichten zijn nodig om een goede aanpak te maken met maatregelen voor zowel slachtoffers als daders. En om vervolgens te meten of die aanpak echt werkt. Voor de aanpak van mensenhandel zijn dan ook alle partijen nodig die daaraan kunnen bijdragen, zoals het OM en de politie, gemeenten, hulpverleningsinstellingen, NLA, NGO’s, scholen, artsen en het bedrijfsleven.
Effectief governance model voor de aanpak mensenhandel
De Nationaal Rapporteur heeft de regering per brief geadviseerd over de noodzaak om verbeteringen door te voeren in de aansturing van de aanpak mensenhandel; de zogenoemde governance. Volgens de Nationaal Rapporteur schiet de huidige aanpak op dit punt tekort door een gebrek aan centrale regie en onvoldoende samenhang in de inspanningen van de vele betrokken partijen.
De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) heeft in het rapport National leadership to end human trafficking uiteengezet welke drie pijlers nodig zijn voor een allesomvattende aanpak mensenhandel. Deze drie pijlers vormen de zogenoemde Anti-trafficking Architecture en bestaan uit:
De Nationaal Coördinator is regisseur van de aanpak en beschikt over voldoende mandaat om de betrokken ministeries, taakorganisaties en maatschappelijke organisaties bij elkaar te brengen. De coördinator zorgt voor afstemming tussen de betrokken ministeries en faciliteert de samenwerking tussen de ministeries. Het doel van de nationaal coördinator is het mobiliseren en organiseren van gezamenlijke inspanningen om te komen tot betekenisvolle en effectieve aanpak van mensenhandel. Het tot stand brengen en implementeren van een Nationaal Actieplan tegen mensenhandel en wetgeving voor effectieve strafbaarstelling zijn belangrijke middelen om dat doel te bereiken. De rol van Nationaal Coördinator vereist een stevige verankering op hoog politiek niveau en wordt ingenomen door een prominent persoon met sterke verbindende kwaliteiten.
In de Anti Trafficking Commission wordt de aanpak vormgegeven. Deze wordt voorgezeten door de Nationaal Coördinator en bestaat uit vertegenwoordigers van de voornaamste partijen voor de aanpak van mensenhandel die binnen hun organisaties besluiten kunnen nemen. De Anti Trafficking Commission heeft als taak ervoor te zorgen dat alle betrokken actoren, waaronder maatschappelijke organisaties, in gezamenlijkheid strategieën ontwikkelen om mensenhandel te voorkomen, daders te straffen en slachtoffers te beschermen. Dit kan bijvoorbeeld door het inrichten van vaste en tijdelijke thematische werkgroepen.
De Nationaal Rapporteur is onafhankelijk instituut dat de effecten van het beleid monitort, onderzoek uitvoert naar de aard en omvang van mensenhandel en aanbevelingen doet aan de regering ter verbetering van de aanpak. De aanpak van mensenhandel is gebaat bij onafhankelijke evaluatie van de maatregelen om mensenhandel aan te pakken. Op basis van onderzoek en evaluatie komt de Nationaal Rapporteur tot een beoordeling van de effecten van het beleid en suggesties voor verbetering. Een wettelijke verankering van het mandaat van de Nationaal Rapporteur, voldoende (personele) middelen en toegang tot relevante data zijn belangrijke voorwaarden voor het functioneren van de Nationaal Rapporteur.
Deze pijlers komen (deels) overeen met de verplichtingen die volgen uit internationale instrumenten zoals de EU Richtlijn Mensenhandel (Richtlijn (EU) 2024/1712, artikel 19) en het verdrag van de Raad van Europa inzake de bestrijding van mensenhandel. . Alleen wanneer de taken en bevoegdheden van alle betrokkenen in de aanpak mensenhandel duidelijk zijn vastgelegd en voorzien van de benodigde bevoegdheden en mandaten kan de aansturing en daarmee de governance van de aanpak mensenhandel vorm krijgen.
Nationaal Actieplan en Nationaal Verwijsmechanisme
Naast de drie pijlers van de Anti-trafficking Architecture vormen een Nationaal Actieplan en een Nationaal Verwijsmechanisme onmisbare elementen van een Anti-trafficking Architecture. Beiden worden opgesteld binnen de Commissie of de Taskforce onder regie van en in nauwe samenwerking met de Nationaal Coördinator. Een Nationaal Actieplan bevat een strategische en gedetailleerde visie op de aanpak mensenhandel en zet beleid om in actie.
Een Nationaal Verwijsmechanisme biedt het kader waarbinnen overheden hun verplichtingen vervullen om de mensenrechten van slachtoffers van mensenhandel te beschermen en te bevorderen en waarbinnen zij hun inspanningen op dit vlak coördineren samen met maatschappelijke organisaties, de private sector en andere partners in het veld. Het doel is te verzekeren dat alle (vermoedelijke) slachtoffers van mensenhandel toegang hebben tot hun rechten, ongeacht wie ze zijn, wat ze hebben gedaan en of ze bereid zijn mee te werken aan opsporingsdiensten en ongeacht of ze in Nederland, internationaal of online zijn uitgebuit. De procedures hiervoor zijn vastgelegd in het Nationaal Verwijsmechanisme. De OVSE heeft een Handboek voor dergelijke verwijsmechanismen en stelt daaraan de volgende eisen: een verwijsmechanisme is multidisciplinair, slachtoffer-gericht, gebaseerd op mensenrechten, gender sensitief, trauma-geïnformeerd en leeftijdsconform.